SURPLUS

Voor mijn eindexamencollectie Surplus begon ik met de vraag: ‘waarom word er in Nederland jaarlijks 2 miljoen kilo wol weggegooid?’

Het Nederlandse schaap heeft een unieke positie als het gaat om de context van wol, en kampt met enorme overschotten die voortkomen uit de industrie. Met mijn onderzoek wil ik de systemen en processen die daaraan bijdragen uitlichten en omvormen tot productvoorstellen en halffabricaten.  

In Nederland word jaarlijks 2 miljoen kilo wol weggegooid.

In mijn ontwerpen staat de combinatie materiaal en context centraal. Materiaal staat niet op zichzelf, het is ontstaan, gegroeid, geoogst, gemaakt. Als consument zien we vaak alleen de oppervlakte, terwijl de processen eronder minstens zo belangrijk zijn. De processen en systemen achter het materiaal zetten mij aan tot ontwerpen, ik vraag me bij ieder onderdeel af waar het zijn origine heeft en waarom.

In het proces startte ik met het wassen en bewerken van de ruwe wol. De heidewol is heel ruw en daarom moeilijk industrieel te spinnen, weven of breien. Ik was daarom op zoek naar een manier om de wol te verwerken zonder er een draad van te maken of de traditionele textieltechnieken te gebruiken. Uiteindelijk kwam ik op non-woven materiaal uit waarbij ik dunne 3D geprinte rasters van bioplastic op de losse wolvezel pers. Deze techniek laat een brede variƫteit in dikte, transparantie en souplesse toe. Hierboven zijn de uiteindelijke samples te zien.

In het proces was ik op zoek naar een manier om het grote volume en de ruwheid van het materiaal te kunnen laten zien. Daarom heb ik verschillende kussens gemaakt met verschillende hoeveelheden wol.

Niets Staat Alleen

Materiaal en context zijn verbonden maar ook ikzelf, mijn tools en samenwerkingspartners vormen een netwerk. Ze vormen en systeem dat niet direct te doorgronden is vanuit de oppervlakte maar waardevol is in zijn samenwerking. Vanuit mijn ontwerperschap stel ik andere vragen dan samenwerkingspartners en samen kunnen we een systeem begrijpen en vormen. 

Voor mijn non-wovens werkte ik met transparant PLA filament omdat er tot dan toe geen filament was met een bio-based kleurstof was. Voor mij is het werken met bio-based materialen belangrijk omdat ik geloof dat deze bijzondere kwaliteiten hebben.

Ik startte een onderzoek naar het maken van filament met natuurlijke kleurstoffen. Mijn wol verfde ik met indigo en kurkuma, dus waarom zou ik mijn filament er niet mee kunnen kleuren?

Kleur is een drager van identiteit

Het filament dat ik maakte had ook los van de non-wovens kwaliteiten en dat wilde ik laten zien met dit servies. Het laat de kleuren in 3D zien en het laat ook de verschillen zien met de intensiteit in de wol. Kleur is een belangrijke drager van identiteit en fascineert mij daarin. Daarnaast bieden deze filamenten mogelijkheden om plastics beter foodsafe te maken.